Posts Tagged ‘vriend’

Uitzet

31 maart 2011

Vriend heeft mij – omwille van zijn persoonlijke ontwikkeling – bedrogen. Ik ben dus weer alleen en dat is even wen(n)en.

Vandaag ben ik begonnen aan de grote schoonmaak. Alle boeken die Vriend (hierna; Ex) mij gaf en die ik nooit gelezen heb en alle boeken die ik hem gaf en die hij nooit heeft gelezen, kwamen allemaal onder in de wasmand terecht die ik ooit van hem gekregen heb. Daarbovenop een stapeltje dvd’s die we nooit gekeken hebben – of in ieder geval nooit samen – en daar weer bovenop een hele bups vies wasgoed. Onderbroeken en sokken, eenlingen voornamelijk. Typisch.

Toen ik een aantal jaren geleden jarig was en nog in de overtuiging oud te worden met de Dichter – de voorganger van Ex – kreeg ik van hem het Neurotisch Handboek cadeau. Het is een belachelijk schrijfsel met tips om zo ongelukkig mogelijk te kunnen worden, natuurlijk met een ludieke knipoog van de gestoorde schrijver. De Dichter dacht mij er werkelijk een plezier mee te doen, want voorin had hij met krullerige letters iets gekrabbeld in de trant van wat-fijn-toch-dat-je-altijd-zo-zit-te-zeiken-daardoor-verdiept-onze-relatie-maar-al-te-zeer. Woest was ik, zoals men zich wel voor kan stellen.

Dit flut van een boek prijkt nu bovenop alle zooi die – als Ex het niet heel gauw bij me weg haalt – deze zondag nog bij het grofvuil komt te staan. De bladzijde waarop de Dichter mij destijds zo smalend had toegesproken heb ik losgescheurd en op het titelblad staat nu geschreven; Doe er je voordeel mee, zak. Ik dacht, wijsheid moet je doorgeven.

Fotoalbum

17 maart 2011

Ik heb sinds jaar en dag een Vriend. Vriend is woest aantrekkelijk en uitzonderlijk getalenteerd, natuurlijk. Vriend houdt me vast, bij de les en tevreden.

Zo kan ik op een droeve werkdag met een gerust hart rekenen op een berichtje met een foto van hem op de wc van een of andere openbare gelegenheid. Hij kijkt steevast guitig de camera in , nèt op het moment dat het breedste stuk zijn weg naar buiten baant. Ik heb al een behoorlijke verzameling van die prentjes. Ik spaar ze om ze hem uiteindelijk, als we gaan trouwen, in boekvorm cadeau te doen.

Vriend en ik, wij houden van het kleinste kamertje. We gaan er altijd samen heen en bespreken er het leven. We waarderen de grootte van elkaars legsels en we knippen ook elkaars teennagels, drukken elkaars puisten uit en ruften om het hardst. Vriend en ik zijn, zonder twijfel en zonder enig overdrijven, ontzettende viespeuken.

Kleine Zus heeft mij aanvankelijk nog gewaarschuwd; alles leuk en aardig, maar juist die viezigheid gaat je op den duur het meeste tegenstaan. Dat was een grove leugen. De oksel van Vriend, ik zou erin willen wonen. Als Vriend de hort op is, dagen in een hotel in kleinzielige stad zit of voor mij een presentje aan het kopen is – gewoon, zomaar – dan mis ik zijn geuren ontzettend. Wij stinken de toekomst in.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.