Op Kantoor was vandaag weinig te doen. Iedereen had een vrije dag opgenomen – heel terecht – en omdat zelfs mijn Baas vandaag liever op het strand lag, was er niemand die mij ervan weerhield me enorm over te geven aan belachelijke fantasieën. Nu wil het zo dat ik vandaag toevallig ontzettende zin had in een bruiloft. Toevallig.
Eerst begon ik aan een tocht door het gebouw, gewapend met wat schrijfgerei. Op Kantoor heeft iedereen de plicht om – als er geen gesprekken op leven en dood worden gevoerd – de deur open te houden. Dat is mooi, want zo zie je nog eens wat gezichten en bekruipt je misschien af en toe het gevoel dat er echte mensen werken, op Kantoor. Ik hobbelde wat langs al die werkkabines en keek dan steeds overal lekker steels naar binnen in de hoop daar een bekoorlijke man te treffen. In mijn zoektocht naar mannelijk schoon bracht de lift me steeds hoger het gebouw in. Immers, hoe hoger, hoe schoner. Het is net als met lucht.
Zo eindigde ik op de bovenste verdieping, ik paradeerde wat rond en ik was haast zo ver de hoop op te geven, toen ik daarboven toch nog een heerschap vond dat mij bijzonder aanstond. Ik schreef de naam naast de deurpost haastig op een post-itje en zette de afdaling naar mijn eigen werkplek op een drafje in.
Achter mijn bureau opende ik de bedrijfscatalogus waarin alle werknemers met naam, toenaam en functie zijn opgeslagen om te zien welke functie mijn toekomstige vervulde. Toen ik dat gedaan had en ook al had gevonden hoe lang deze heer reeds in dienst was van the firm, rekende ik aan de hand van de cao die ik op internet vond uit hoeveel mijn aanstaande maandelijks ongeveer in het laatje brengt. Ik zag dat het goed was en ik besloot terstond een jurk uit te zoeken.
En zo heb ik mijn dag volgemaakt; ik heb een verlanglijstje gemaakt, de gastenlijst opgesteld, een begroting berekend – niet dat geld belangrijk is, we komen er in om – en ik heb dus een jurk gevonden.
Maandag ga ik me denk ik maar eens voorstellen.