Ik woon in een koekblik. Een heel klein koekblik. Hij staat ergens aan de rand van de stad en om er te komen moet je dus een heel eind fietsen. Als je er bijna bent moet je onder een laag viaductje door. Voorbij dat tunneltje is het altijd een paar graden kouder en stiller en eigenlijk gewoon heel erg ongezellig. Mijn koekblik staat bovenop 4 andere koekblikken en vanaf het balkonnetje kijk je zo in de tuin van de gevangenis. Op mooie dagen zie je daar de delinquenten meters maken. Blik op oneindig en lopen maar, heen en terug, heen en terug. Al met al is het een behoorlijk droevige bedoening, dat koekblik van mij.
In een verwoede poging van mijn ijzeren doos een thuis te maken, heb ik vorig najaar groene vingers genomen. Ik heb gezaaid of mijn leven er vanaf hing. Eerst stonden mijn plantjes binnen, het was buiten nog te koud voor mijn zielige sprietjes en mijn huis bleek prima dienst te doen als broeikas, mede dankzij de zieke thermostaat. Halverwege het voorjaar verhuisden mijn plantjes naar het balkon waar ze in no time allemaal het loodje legden. Mijn troeteltjes bleken niet opgewassen tegen de straffe noorderwind die onafgebroken langsgiert. Één plantje, toevallig mijn lievelings, heeft het overleefd door binnen te blijven.
Mijn tomatenplant draagt momenteel wel 14 tomaten. Cherrietomaatjes. Ze zijn nog groen en een beetje verlegen, maar ik zorg goed voor ze. Elke twee dagen een lekker bakkie water en sinds kort heb ik ze ook van wat ondersteuning voorzien; links en rechts een stokje in de aarde, met tierips aan de fragiele stam vastgebonden. Mijn plant is mijn trots, het bewijs dat ik prima voor mezelf kan zorgen. Immers; als je een plant in leven kunt houden kun je alles in leven houden.
Ik ben nu al twee weken niet meer in mijn koekblik geweest. Ik heb Mijn Beste Vriendin (misschien ten overvloede: Mijn Beste Vriendin is mijn beste vriendin. Omdat ik wanneer het over intermenselijke relaties gaat niet van superlatieven hou, refereer ik voortaan aan haar als Mijn Vriendin. Dat jullie het toch even weten) opdracht gegeven om gedurende mijn afwezigheid één of twee keer met een gietertje langs te gaan. Als ik haar moet geloven heeft ze dat ook echt gedaan. Heerlijk betrouwbaar.
Vandaag, zo heb ik me voorgenomen, ga ik maar weer eens op huus an. Backpack vol schone kleren op de rug en op de fiets dat hele rot end naar de rand van de stad. Ik kom gelukkig niet in een leeg huis aan; mon Cherrie wacht met smart op mijn terugkeer en ook ik sta te popelen om hem weer in mijn armen te nemen. Ik kom eraan mijn liefste!