Ik heb vandaag een uitkering aangevraagd. Daarvoor moest ik op gesprek bij een ambtenaar. Ambtenaren zijn heel erg stom. Dat mag ik zeggen, want ik ben er zelf ook eentje geweest. Noem het een jeugdzonde.
Mijn ambtenaar heette Katrien. Ze sprak met een licht Duits accent. Ze had rood haar, veel te kort, waaraan je kon zien dat ze op vrouwen valt. Maar niet op mij. Oh nee, niet op mij.
Ze zei me zomaar dat ze mijn houding “ik weet niet, heel vervelend” vond. Waarop ik haar aan haar guitige haren met haar guitige kop op de tafel had willen klatsen. In plaats daarvan zei ik “ik waardeer het enorm, dat je je daar gewoon over uitspreekt”. Daarop zat ik het gesprek uit en vergezeld door een gierende huilbui verliet ik het pand.
Katrien ligt nu waarschijnlijk lekker te slapen, ze is trots op zichzelf dat ze zo eerlijk is geweest vandaag. Ze droomt van de ambtenarenhemel. Waar iede-fucking-reen, net als ik vanmiddag, zo hysterisch dolblij is om een uitkering bij haar aan te mogen vragen, en dat ze dan en passant ook nog even opgevoed worden, dat ze haar om de nek vliegen en in de rondte draaien en zoenen tot ze duizelig wordt.
Wat mij betreft krijgt Katrien de tering.
13 december 2011 bij 00:51
[...] volmaakt in de kreukels. Omdat er geen kwaadaardige leidinggevende op hen wachtte – liever géén werk – kon er de avond tevoren gedronken worden dat het een lieve lust was, gerookt en gehangen, [...]
20 april 2011 bij 17:30
en haar beide benen breken mag ze ook van mij.