Ik werk tegenwoordig. Niet heel hard, maar ik werk. Ik heb een eigen bureau, met een eigen ergonomische stoel en een eigen trits post-its in alle maten en kleuren. Ik had me wel iets anders voorgesteld van het leven van ná-toen-er-nog-volop-mogelijkheden-waren. Ik had me in ieder geval een leven voorgesteld. Needless to say; ik heb me vergist.
Mijn kantoor heeft zwart marmeren vloeren, spierwitte muren, twaalf verdiepingen die er allemaal hetzelfde uitzien en vier liften die je naar believe naar die verdiepingen vervoeren. De liftschaten zitten midden in het pand en de deuren die je de toegang ertoe ontzeggen, tenzij je een pasje bezit – met een overbelichte foto erop, genomen op je eerste werkdag, met een glazige blik, al met het vage vermoeden verkeerd te zitten- doen een vergeefse poging je ervan te overtuigen dat er alleen een nog kwaadaardiger buitenwereld bestaat dan de kwaadaardige wereld tussen deze muren; het giert dat het een aard heeft.
Er zijn ook ramen op mijn kantoor. Ze kunnen niet open. Wel is er klimaatbeheersing. Klimaatbeheersing. Natuurlijk is de klimaatbeheersing kapot. Hartstikke kapot zelfs; het ene moment nadert de temperatuur het nulpunt, het andere moment zweet je haast van je ergonomische stoel af. De luchtvochtigheid laat ook te wensen over. Het zal daar wel mee te maken hebben dat er in het hele pand geen echte plant te vinden is. Wel plastic planten, och ja, die zijn er wel.
Er zijn natuurlijk ook mensen op mijn kantoor. Maar die praten niet met elkaar. Wel roddelen ze over elkaar, op fluistertoon, niet eens zo dat het onopgemerkt kan blijven. Ze verdienen geld, zodat ze nadat ze dat gedaan hebben iets leuks kunnen gaan doen. Ik vraag me af wat dat is, iets leuks.
Ik heb besloten te stoppen met werken op mijn kantoor. Logisch. Ik had er toch al niet zo’n band mee, dus ik verwacht niet dat het afscheid me zwaar zal vallen. Je begrijpt dat het leven van ná toen-er-nog-klimaatbeheersing-was heel wat mogelijkheden biedt. Zo verwacht ik in ieder geval af te komen van mijn huilbuien zo ‘s ochtend op de fiets s’ middags op de fiets en ‘s avonds in bed. Dat zou, vind ik, al een behoorlijke oogst zijn.
Ik hou je op de hoogte
13 december 2011 bij 00:51
[...] ik ben Gekke Henkie niet, al stond ik er een poosje bij en keek ik ernaar. Ik pas, liever een loonslaaf. En de volgende keer dat ik zo’n heerlijk vrij ogende jongeman tegen het lijf loop [...]